Woonplaatsbeginsel

Het is de bedoeling dat het issue Woonplaatsbeginsel vanaf 2019 eenvoudiger wordt, volgens een artikel op de website van het Binnenlands Bestuur   en – zo  lezen we – op de site van het Nederlands Jeugdinstituut (NJI).

Een zoektocht...

Woonplaatsbeginsel: welke gemeente is verantwoordelijk?

Het woonplaatsbeginsel bepaalt binnen de Jeugdwet welke gemeente verantwoordelijk is voor het inzetten en financieren van jeugdhulp of het uitvoeren van een jeugdreclasserings- of jeugdbeschermingsmaatregel. De huidige definitie houdt in dat de gemeente waarin de feitelijke woonplaats van de ouder met gezag ligt, verantwoordelijk is. Wanneer het gezag bij een gecertificeerde instelling ligt (zoals in Noord Nederland bij bijvoorbeeld Jeugdbescherming Noord, de William Schrikker Groep of het Leger des Heils), is de woonplaats van de cliënt binnen de definitie van het woonplaatsbeginsel leidend.

Het werd tijd voor aanpassing. De regels zijn nu helder (maar complex), en de landelijke afspraken worden niet altijd opgevolgd. Lees de volgende casus om vast te stellen dat het huidige woonplaatsbeginsel voor zorgaanbieders op dit moment best ingewikkeld is.

De feiten op een rij

Cliënt woont bij zorginstelling in gemeente A (provincie Groningen), maar is verhuisd naar zorgaanbieder in Drenthe (gemeente B). Moeder heeft het gezag, en woonde in gemeente C (ook provincie Groningen). Moeder blijkt zich echter uit de basisregistratie persoonsgegevens (BRP) te hebben uitgeschreven, maar heeft zich vervolgens nergens anders ingeschreven.

Het woonplaatsbeginsel

Totdat moeder zich uitschreef, was het Groningse C. verantwoordelijk, daar woonde ‘de gezagsdrager’ immers. Daar moeders huidige woonplaats onbekend is, is volgens het stappenplan de huidige woonplaats van de cliënt verantwoordelijk, gemeente A. Gelukkig ook Groningen, dat

Overzichtelijk, maar complex

Het huidige stappenplan

scheelt.

We hoeven in het meest positieve geval ‘alleen maar’ de beschikking (met dezelfde productcodes, als beide zorgaanbieders voor dezelfde producten gecontracteerd zijn tenminste) binnen het berichtenverkeer ‘administratief te verhuizen’ van C naar A middels een ‘iJW315’ en de gemeente hoeft er ‘alleen maar’ een andere zorgaanbieder aan te hangen (los van de berichten ‘316’, de ‘301’, gevolgd door een ‘302’, de ‘305’ – start zorg-  gevolgd door een ‘306’ en de nieuwe declaratie 303-D gevolgd door een 304). In dit geval gebeurt de administratieve verhuizing overigens in bijzonder goed overleg met beide gemeenten. Er zijn ook gemeenten die de beschikking bij wijziging gezag tegen de landelijke afspraken in gewoon stopzetten en het de gecertificeerde instelling en de zorgaanbieder verder zelf op willen laten lossen, en zó abrupt dat we de geleverde zorg voor de jeugdhulpaanbieder na stopzetting van de indicatie nergens meer kunnen declareren. Maar dat is weer een ander verhaal…

Het probleem

Als cliënt zich op termijn, en dat is na een tijdje verplicht, van gemeente A in Groningen in laat schrijven bij gemeente B in Drenthe, gaan we als ‘contractpartner’ weer aan de puzzel. Want: andere aanbesteding, ander product, andere indicatie. Gemeente C, zo weten we inmiddels, is niet altijd even makkelijk met het afgeven van indicaties, en doet moeilijk over een stapeling van producten ‘verblijf’ in combinatie met individuele begeleiding. Want hoewel de aanbestedingsdocumenten van gemeente B aangeven dat ‘interventieniveau 8’ (verblijf) gestapeld kan worden met lagere interventieniveaus (zoals begeleiding en dagbesteding), beweren ze in de praktijk dat het tarief ‘gezinshuis’ in 8 voldoende moet zijn en dat er niet gestapeld mag worden. Dit is ons inziens een wezenlijke wijziging van de aanbesteding. Nog los van het feit dat gemeente zich er daarbij kennelijk niet van bewust is dat er verschillende vormen van ‘gezinshuizen’ zijn; daar waar gezinshuisouders een aantal kinderen in zorg nemen, of de zogeheten ‘gezinshuizen’ met 24 uur personeel – soms met heel intensieve begeleiding en zonder dat ‘gezinshuisouders’ op de locatie wonen – die tegemoet komen aan een hogere zorgvraag dan andere ‘gezinshuiskinderen’.

Het gevolg

Dit wordt, zo voel ik nu al aankomen, weer een patstelling, een strijd. Want deze gemeente B. negeert de Bepaling Jeugdhulp van een gecertificeerde instelling (een erkende verwijzer binnen de Jeugdwet) om vervolgens tegen hun eigen eerder beschreven spelregels in het inkoopdocument in, plots een heel andere koers te varen. Daarbij, de beschikking uit Groningen kan niet zo maar ‘worden overgenomen’ door Drenthe, het zijn geheel andere producten met heel andere tarieven.

De wijziging

De bedoeling van Van Rijn is als volgt: Gaat het om jeugdhulp met verblijf, dan komt de verantwoordelijkheid binnen de nieuwe definitie van het woonplaatsbeginsel te liggen bij de gemeente waar het kind woonde voordat sprake was van verblijf.

Dat is fijn. Dan melden we ons voor betreffende cliënt – als dat te zijner tijd de bedoeling is- in januari 2019 weer bij gemeente C. De voorgenomen wijziging zou het ons (of lees liever: de zorgaanbieder) bij nieuwe ‘verhuizingen’ wel makkelijker maken. In bovenstaande casus hoeven we niet meer te onderzoeken of we ons dienen te melden bij A, B of C. We hoeven het slechts te houden bij C. Tot 18e levensjaar. Want daarna gelden de regels van de WMO, en die zijn wéér anders.

Dit is een van de vele puzzels, waar we ons voor onze klanten graag in vastbijten. Voor zorgaanbieders, en zeker de kleinschalige – die geen beleidsmedewerkers hebben die dit van voor naar achter uit kunnen zoeken, die vigerende wet- en regelgeving kennen, en die ook nog weten hoe de contracten in Groningen, Friesland en Drenthe in elkaar zitten, en bij welke gemeente je welke productcodes declareert, en of dit vaste maandbedragen zijn of tarieven in minuten, uren of dagdelen, een summiere opsomming – is het een crime om het hele circus van aanbesteding tot berichtenverkeer te snappen, te volgen en te weten wie je waar moet hebben voor welk probleem.

We gaan altijd uit van eigen kracht. Het zou zelfs zo moeten zijn dat we onszelf op termijn overbodig maken, dat is ons streven. Maar daar is nog een lange weg te gaan: zolang elke gemeente het anders doet, en wetgeving blijft wijzigen, ben ik bang dat we – spijtig genoeg – nog wel even nodig zijn…

Lees meer:

Van Rijn: minder regels en meer tijd voor jeugdhulp

Impactanalyse oplossingsrichtingen woonplaatsbeginsel

Definitieve gunning Administratiekantoor

De definitieve gunning als ‘Administratiekantoor’ is een feit. In de bevestiging die we hebben ontvangen in Commerce Hub, en op de website van de RIGG, worden de gegunde Administratiekantoren als volgt genoemd:

  • Stichting BEZINN
  • Bureau Lagro BV
  • MBordon (door een administratieve verschrijving aan kant van de RIGG is in de eerdere communicatie de naam Med-base onterecht gehanteerd)
  • OCRN

Meer informatie kan je vinden op de website van de RIGG onder ‘Nieuws‘.

In september organiseren we informatiebijeenkomsten. Wil je als jeugdhulpaanbieder de administratieve afhandeling (AKA ‘het berichtenverkeer’) en/of de vertegenwoordiging uitbesteden? Mail ons dan: info@bureaulagro.nl

Administratiekantoor

Voorlopige gunning als Administratiekantoor (om net als in 2016 en 2017 het administratieve proces af te handelen van zorgtoewijzing tot declaratie/betaling en intermediair te zijn tussen de Regionale Inkooporganisatie Groninger Gemeenten (RIGG), 23 gemeenten en kleinschalige zorgaanbieders) is sinds een week of drie binnen. We zijn gegund met (een magere) vier andere partijen.

De Alcateltermijn is bijna verstreken. Van een zogeheten aanhangig gemaakt kort geding hebben we niet gehoord (met andere woorden, er is in elk geen bezwaar tegen ónze gunning aangetekend). Rest ons een goede hoop dat we kunnen blijven doen waar we goed in zijn (en wat we vooral ook erg leuk vinden). We verwachten dat de definitieve gunning morgen aan het einde van de dag, of uiterlijk overmorgen, in onze digitale Commerce Hub brievenbus binnenkomt.

Dan volgt eerst nog een hernieuwde start van de Open House procedure voor de Jeugdhulpaanbieders, en informatiebijeenkomsten van onze zijde in september. Meer informatie volgt op website en Facebookpagina. Hou ons in de gaten of laat ons per mail weten dat je als jeugdhulpaanbieder geïnteresseerd bent, zodat we je rechtstreeks kunnen benaderen.

Wat doen jullie eigenlijk?

‘Wat doen jullie precies?’, zo krijg ik met enige regelmaat een vraag. Meestal volgt een lang en enthousiast betoog over wat we doen, en waar we voor staan. Een poging tot ‘de korte samenvatting’ op papier.

De korte samenvatting

Bureau Lagro ondersteunt zorgaanbieders -vanuit de inmiddels vastgeroeste missie om de professionele kleinschalige zorg overeind te houden in een nog immer veranderend zorglandschap – in hun bedrijfsvoering. Dit varieert van ondersteuning in kwaliteit en certificering (individueel of in werkgroepen) tot het ondersteunen bij een aanbesteding of een ondernemersplan. Waar nodig helpen we bij de financiële afhandeling vanuit Jeugdwet en WMO tussen zorgaanbieder en gemeente, ofwel via het ‘berichtenverkeer’ (of op allerlei andere wijzen die gemeenten zelf bedacht hebben).

We doen dit altijd vanuit de gedachte van ‘zelfregie’ en ‘eigen kracht’ bij de zorgaanbieder, het zelfde gedachtegoed waarmee ‘onze’ zorgaanbieders ook hun cliënten begeleiden. We nemen niets uit handen, en nemen niets over. We gaan er vanuit dat een zorgaanbieder prima in staat is om zelf zijn eigen bedrijf te runnen. Dit alles wel vanuit het ‘Stepped Care principe’ van ondersteuning op verschillende niveaus, onder het motto ‘zo licht als mogelijk, zo zwaar als noodzakelijk’. Op- en afschalen is niet alleen in de zorg van toepassing, maar ook bij ons :).

Onze klantenkring varieert van ambulante begeleiding tot kleinschalig wonen, en alleen in Noord Nederland, waarbij we – in contacten met de vele gemeenten – de kleinschalige zorg steeds weer op de kaart te zetten. Omdat we simpelweg geloven in de kracht van kleinschalige zorg.

De lange samenvatting

Schrijf ik de lange samenvatting dan doen we vooral ook – en dat is misschien nog wel onze grootste toegevoegde waarde – niets anders dan verbinden. Hierdoor is inmiddels een stevig netwerk ontstaan van psychologen- en orthopedagogenpraktijken, ambulante begeleiding, ervarend lerentochten, wooninitiatieven en dagbestedingslocaties. Ze delen hun kennis, volgen gezamenlijk trainingen of scholingen en werken samen op cliënt- en/of organisatieniveau.

Scholing op het gebied van medicatieveiligheid bijvoorbeeld, of ziektebeelden, maar ook biedt een van onze zorgaanbieders bijvoorbeeld een weerbaarheidstraining aan voor medewerkers in de zorg, waarbij je de-escalerend leert ingrijpen bij probleemgedrag of agressie.

Onze klanten werken op organisatie- en cliëntniveau samen. Van gezamenlijke intervisies, hoofd- en onderaannemerschap: cliënt die bij Meet woont, wordt behandeld door Praktijk Gravenburg waarbij – omdat het doel terugkeer is naar huis is – het gezin wordt ondersteund door Noorderkompas. Of de cliënt die individuele begeleiding krijgt van Empasa, en dagbesteding in Drachten doet bij ZWAT. Ook is het samenwerkingsverband van het aantal kleinschalige Jeugdhulpaanbieders in Groningen geïnitieerd door Bureau Lagro; neem eens een kijkje op de website www.zorgkracht12.nl.

Verbinden is het leukste dat er is. Waar er wel eens door deze of gene geroepen wordt dat kleinschalige zorg geen continuïteit kan bieden bij ziekte of anders, is dat bij onze aanbieders niet het geval. Ze kunnen bouwen op elkaar.

 

 

Oprichting Bureau Lagro BV

 

Dit jaar vierde Bureau Lagro haar eerste lustrum, want op 22 februari 2012 schreef Andrea Lagro zich in als eenmanszaak Bureau Lagro en startte met de ondersteuning aan in eerste instantie zorgboerderijen, op het gebied van bedrijfsvoering in het algemeen en in het opzetten van kwaliteitssystemen in het bijzonder. Inmiddels werken we gedrieën zij-aan-zij in een dappere poging de kleinschalige zorg in Noord-Nederland op allerlei fronten overeind te houden en blijvend op de kaart te zetten bij gemeenten, in wat zo mooi heet ‘het veranderende zorglandschap’.

We gaan een nieuwe fase in. Om de continuïteit te waarborgen, een stevig bedrijf nog steviger neer te zetten, en een professionaliseringsslag te maken, is de oprichting van Bureau Lagro BV vandaag een feit geworden. Om 11.22 zette ik bij Emmius Notarissen in Appingedam mijn handtekening onder de Akte van Oprichting van Linesp Holding BV en Bureau Lagro BV.  Een eenmanszaak als rechtsvorm is een risico, een BV is meer solide. Ook in verband met de komende aanbesteding ‘Administratiekantoor’ waarbij we onze huidige rol als ‘Contractpartner’ in 2018 willen continueren, was het zaak Bureau Lagro BV ter voorbereiding op te richten en de eenmanszaak in de BV in te brengen.

Vanaf eind 2015 tot op heden hebben we het administratieve proces tussen gemeenten en een dozijn zorgaanbieders (met even zoveel onderaannemers) in de provincie Groningen op bijzonder constructieve wijze en succesvol op ons genomen. Graag willen we die rol, en de rol als intermediair tussen de zorgaanbieders en de Regionale Inkooporganisatie Groninger en 23 Groninger gemeenten) weer met verve kunnen vervullen.

De BV is in elk geval een feit, op naar een (nog) mooie(re) toekomst.

De Kracht van Kleinschalige Zorg

Ooit begon ik met De Kracht van Klein. Omdat ik heilig geloof in de kracht van kleinschalige zorg. Mits deze ook hard werkt aan kwaliteit, en daar bewust, elke dag, mee bezig is. Om altijd weer te verbeteren. Maar de website ligt, wegens tijdsgebrek, al een tijdlang stil. Waar Bureau Lagro begon met het opzetten van kwaliteitssystemen bij zorgboerderijen, is onze ondersteuning op kwaliteitsgebied in vier jaar tijd uitgebreid van het keurmerk van de FLZ (voor zorgboerderijen) naar HKZ Kleine Organisaties en ISO-certificering.

Van kwaliteitssystemen rolden we min of meer toevallig in het – zoals ik het blijf noemen – ‘aanbestedingsgeweld’. Waar we begonnen met De Zorgcombinatie in de gemeente Smallingerland (vier eigengereide kleinschalige aanbieders die er heel bewust voor kozen om niet onder een koepelorganisatie te vallen, en hun eigen koers wilden varen), ondersteunen we de kleinschalige zorg (van ambulant tot wooninitiatieven) inmiddels in heel Noord-Nederland.

Voor een kleinschalige aanbieder in de kop van Drenthe, zoals Zorgboerderij Annen, die zorg biedt vanuit Jeugdwet én WMO – en waar Veendam dichterbij is dan Borger – is het ondoenlijk bij te houden wat er waar precies speelt of moet gebeuren. De groepsapp ‘Drenthe Algemeen’ met vijf zorgboerderijen groeide in anderhalf jaar tijd uit naar een groepsapp ‘Aanbestedingen Noord-Nederland’ met een vijftigtal aanbieders.

De kleinschalige zorg staat steeds meer op de kaart, en daarmee Bureau Lagro ook. De wisselwerking tussen ons en ‘onze’ kleinschalige aanbieders is fantastisch. En daar ben ik heel dankbaar voor. Dat is ooit waarom ik startte met De Kracht van Klein. Wanneer de kleinschalige zorg gaat samenwerken, kunnen ze een enorm aanbod aan zorg neerleggen, aanvullend op de grotere aanbieders. Met als kern: flexibiliteit, korte lijnen, vaste begeleiders en snel kunnen schakelen en op (crisis)situaties in kunnen spelen.

Voor ons is niets mooier dan een cliënt met een hoge zorgvraag, die woont bij Meet Laaghalen, in overleg met JB Noord in een Ervarend Leren Traject met Tjeenz meegaat naar Polen om eens na te denken over zijn leven en wat hij wil veranderen, vanuit een intrinsieke motivatie, en aansluitend ondersteuning krijgt van No Distance. En niet omdat hij iets in een hulpverleningstraject opgedrongen krijgt, maar omdat hij daar na een traject zélf voor kiest. De samenwerking is groots. Bureau Lagro ondersteunt slechts waar nodig. Altijd met het uitgangspunt van zelfregie en eigen kracht van de zorgaanbieder. Net als tussen zorgaanbieder en cliënt. Niet in een rechtsvorm op enerlei wijze vastgelegd, maar geheel op eigen wijze en soms bijzonder eigengereid zelfstandig.

Inmiddels zijn we met z’n drieën. De ondersteuning langs de zijlijn, met name in de ICT- en juridische hoek, komt van Reg Mulder. De administratieve ondersteuning ligt bij Liesbet Montebovi. Samen met onze zorgaanbieders hebben we inmiddels een enorm netwerk opgebouwd. We ondersteunen in aanbestedingen, maar zijn ook Contractpartner Jeugd voor 23 Groningse gemeenten, waar wij voor een dozijn aanbieders het administratieve proces verzorgen. Dit doen wij zonder dat wij daar een marge tussenuit halen, met een vergoeding per jeugdige per jaar vanuit de gemeenten. We werken hard en we werken veel. En ook tussen deze aanbieders ontstond een samenwerkingsverband. Intervisie. Scholing. En we zijn nog niet eens vier maanden onderweg. Zie Zorgkracht 12. Maximale zorgkracht.

Wat een feest. Elke dag weer.

Scholing en ontwikkeling

Met enige regelmaat krijgen wij vanuit ‘het veld’ verzoeken tot scholing of intervisie op diverse vlakken (zorggerelateerd). Naar aanleiding van eerder gegeven scholingen op het vlak van zorgplannen, wet- en regelgeving, medicatie en informatiebijeenkomsten over het ABC van Aanbesteden, biedt Bureau Lagro scholingen en intervisie aan op het gebied van:

  • Wet- en regelgeving – welke wet- en regelgeving is van toepassing op zorgaanbieders
  • Zorgplannen – opstellen van zorgplannen, SMART formuleren van doelen en acties
  • Doelgericht rapporteren – objectief rapporteren op geformuleerde doelen en acties
  • Medicatie – medicatieveiligheid, voorbehouden en risicovolle handelingen, bevoegd en bekwaam
  • Incidenten – agressie, probleemgedrag, incidenten. Wat is eigenlijk ‘agressie’ en wat is een incident? Wat meld ik en wat doe ik er verder mee?
  • Aanbesteden – wat voor vormen van aanbesteden zijn er, waar moet ik rekening mee houden, en hoe zit het bijvoorbeeld met mededinging?

Wilt u op de hoogte gehouden worden van aanbod en data? Stuur dan een mail naar info@bureaulagro.nl of bel ons: 06-25513851

Kennisdagen

De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) is in rap tempo bezig 350 kleinschalige zorginstellingen te bezoeken, de zogenaamde ‘nieuwe toetreders’. Het gaat hier niet alleen om AWBZ-zorg, maar ook zorg op basis van PGB.

Ondanks het feit dat veel zorgboerderijen en woonzorginitiatieven over een keurmerk of certificaat beschikken, blijkt niet elke kleinschalige zorginstelling aan vigerende wet- en regelgeving te voldoen. Voor kleinschalige zorginitiatieven die hier meer over willen weten, organiseert Landmerc+ in samenwerking met Bureau Lagro volgende week twee kennisdagen rondom Utrecht en Zwolle. Zwolle zit inmiddels meer dan vol, op de locatie in de buurt van Utrecht zijn nog een aantal plaatsen beschikbaar.

Goede zorg is niet altijd goed genoeg!

De door de inspectie gesignaleerde tekortkomingen kunnen zijn:

  • Ontbreken van (ondertekende) zorg- of begeleidingsplannen,
  • Doelen zijn niet SMART geformuleerd,
  • Ontbreken van een cliëntenraad of klachtencommissie,
  • Medicatieverstrekking die niet voldoet aan de richtlijn ‘Veiligheid in de Medicatieketen’,
  • Geen adequate rapportage en verantwoording.

Ook de facturatie van PGB gerelateerde zorg blijkt vaak niet aan de eisen van instanties te voldoen. Daarnaast wijst alles erop dat gemeenten in het kader van de transities in de zorg de nodige eisen zullen stellen aan de kwaliteit van rapportage en verantwoording.

Voor kleinschalige zorginitiatieven die hier meer over willen weten organiseert Landmerc+ in mei een tweetal kennisdagen. Voor meer informatie, klikt u op deze link.

Wilt u dat wij eens meekijken in uw keuken of u wel voldoet aan wet- en regelgeving en veldnormen? Neem dan contact met ons op.

Zorgen over regeerakkoord ‘Bruggen slaan’

Bureau Lagro werkt veel met en voor zorgboerderijen, de vereniging Boer en Zorg in Noord-Nederland, en andere kleine zorgondernemers. Steeds vaker gaan de gesprekken over ons recente regeerakkoord, de drie grote decentralisatiethema’s en de veranderingen die gaan komen.

Geloof me, het idee van ‘bruggen slaan’, verantwoordelijkheid terug naar de burger met meer regelruimte en minder regeldruk en eerst kijken naar wat de omgeving iemand aan hulp kan bieden, ondersteun ik van harte. Maar… Ik denk dat Nederland zich terecht zorgen maakt of gefrustreerd is door de plannen. Een korte opsomming van mijn zorgen naar aanleiding van gesprekken die ik recentelijk voerde…

Gemeenten en transitie
Ik maak me zorgen over de hulpbehoevenden in onze samenleving, die zich van 1 januari 2014 of 1 januari 2015 bij hun gemeente dienen te melden voor hulp. Ik maak me zorgen over de gemeenten, die er in meer of mindere mate nog lang niet klaar voor zijn, en/of geen idee hebben waar ze moeten beginnen. Ik maak me zorgen over de ‘transitie jeugdzorg’ (de jeugdzorg in Nederland wordt vanaf 1 januari 2015 door gemeenten uitgevoerd). Een Enorme Klus!

En net zo goed maak ik me zorgen over de transitie van de AWBZ naar de gemeenten. Waar gaat het heen met mensen die nu een PGB hebben, of Zorg in Natura? Hoe gaan gemeenten dit oppakken? Wie kiest de gemeente uit om zorg te bieden? In hoeverre heeft ‘de cliënt’ daar zelf inspraak in? Er zal een forse toename van het aantal leveranciers komen, een stijging van het aantal cliënten, nog los van een stijging van cliënten met een meervoudige problematiek.

Gemeenten krijgen bovendien te maken met meerdere partijen die ‘het gesprek voeren’ met en over de cliënt, te denken aan hulpverleners, verzorgenden, huisartsen, Bureau Jeugdzorg, soms de Raad van de Kinderbescherming, grotere of kleinere zorgondernemers of -instellingen. Hoe gaat een gemeente hierop in spelen? En dat met budgetten die 25-40% lager liggen dan de huidig beschikbare budgetten. Gemeenten krijgen een ruime beleidsvrijheid met betrekking tot de concrete invulling van voorzieningen, zolang de gelden maar besteed worden binnen ‘het sociale domein’. Decentralisatie heet dat. Maar is dat goed, of is dat fout? De toekomst zal het leren.

Kleine zorgondernemers

Ik maak me zorgen over de kleine, gespecialiseerde zorgondernemers, waaronder zorgboerderijen die fantastische (en vaak veel goedkopere) zorg bieden en straks tussen wal en schip dreigen te vallen door de veranderende indicatiestellingen. Dit nog los van het feit dat het lastiger is voor de kleinere ondernemers om zichtbaar te worden bij gemeenten of tot onderhandelingen te komen. Als gemeenten straks – net als eerder bij de WMO in gevallen als persoonlijke verzorging en huishoudelijke hulp – gaan onderhandelen met de grote partijen die hulp aanbieden, dan gaat de zeer gewaardeerde zorgboer(in) of de kleine zorgverlener verloren. En dat is nu juist de plek waar de cliënt zo goed gedijt door korte lijnen, vaste medewerkers, rust en regelmaat, vertrouwen, en op de laatste plaats vaak goedkopere zorg. Is een gemeente in staat dit te onderkennen en met de kleinere ondernemers in gesprek te gaan?

Uitkleding AWBZ

De hele uitkleding van de AWBZ heeft nogal wat gevolgen. Zorgzwaartepakketten (ZZP-en) 3 en 4 voor psychiatrische patiënten die straks via de AWBZ niet langer hun hulp kunnen krijgen lijkt me alhaast onmogelijk. Door het uitselecteren of ‘trechteren’ van de zwakkeren in de samenleving kan het niet anders dan dat er mensen buiten de boot gaan vallen. En wat de denken van het scheiden van wonen en zorg in verzorgingstehuizen? Wat heeft dit voor consequenties voor de bewoner? Kan die er überhaupt nog blijven wonen? Waar gaan we heen met onze zorg voor de ouderen, die steeds vaker aanspraak op hulp zullen maken?

PGB’s verdwijnen, zorg in natura wordt anders ingericht, de ZZP-en gaan op de schop, er wordt een minimum aan uren dagbesteding of opvang gesteld, en alleen als er ook sprake is van een indicatie voor persoonlijke verzorging lijk je nog een beetje hulp te kunnen krijgen. Een paar dagdelen broodnodige groepsbegeleiding op een zorgboerderij lijkt niet meer mogelijk te zijn.

Bureaucratie en miscommunicatie

Steeds meer hoor ik over de ontzettende bureaucratie bij het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ), miscommunicatie met Bureau Jeugdzorg door onderbezetting of bureaucratie en vervolgens een trage toestemming en uiteindelijke plaatsing via een instelling of organisatie met AWBZ-erkenning. Papieren, papieren, papieren, bureaucratie ten top. Eerst een jaar wachten op een indicatie, vervolgens weken, maanden wachten op toestemming voordat een cliënt geplaatst kan worden. Tjonge, gaat het werkelijk beter worden als dit bij de gemeente terecht komt? Herindicaties moeten straks opgestart worden en het is nu al een zootje. Om me heen niets anders dan frustraties alom. Niets dan formaliteiten, papieren, bureaucratie en trage communicatie. Het gaat om mensen met een dringende hulpvraag hier, Nederland! Zij willen geen jaar wachten tot ze opvang kunnen krijgen!

Overige zorgen

Vervoersindicaties zullen wijzigen, de vergoedingen worden allengs lager en ook het vervoer dient straks uitgevoerd te worden door de gemeentes. En verder: wat gaat er gebeuren met de sociale werkplaatsen? Kunnen ze straks nog voortbestaan?

Wat gaat er gebeuren met de grotere instellingen? Zijn ze in staat in te spelen op de veranderingen? Berekeningen geven nu al aan dat er veel FTE’s in de zorg gaan verdwijnen door de transities. Gaan we terug naar een situatie in Nederland met wachtlijsten in de zorg? Let maar op, dat kon nog wel eens waarheid worden.

Oplossingen?

Het idee van ‘terug naar vroeger’, naar de wijkverpleegkundige, die de mensen die zorg nodig hebben in dorp of wijk werkelijk kent, die bij cliënten thuis komt, die ze in de gaten kan houden en zo direct op een zorgvraag in kan spelen, spreekt me aan.

Het vergt een kanteling in denken. Niet kijken naar de hulp die iemand nodig heeft, maar naar het resultaat dat we met een cliënt willen bereiken. De cliënt weer centraal stellen in de zorg. Het minimaliseren van de papieren rompslomp. Keukentafelgesprekken voeren met mensen met een hulpvraag, om te kijken wat ze nodig hebben en  wat de omgeving aan hulp kan bieden. Dus ondersteuning waar nodig, en zelfredzaamheid waar het kan.

Terug naar zorg door de gemeenschap, korte lijnen, één Super Hulpverlener per hulpbehoevende. Terug naar werkelijke zorg, vakmanschap en ambacht, naar het inzetten van de kleine zorgondernemers waar de cliënt goede en goedkope(re) zorg kan krijgen, maak gebruik van nieuwe technologieën. Niet op zoek gaan naar de grote zorgaanbieders, maar cliënt- en vraagspecifieke hulp bieden. Bruggen slaan en werkelijk zorgen voor elkaar, dat is een mooie droom.

Maar is het een droom die werkelijkheid gaat worden?