ISO 9001:2026 hoofdstuk 4: Context van de organisatie

Het belangrijkste resultaat is niet het certificaat aan de muur. De echte meerwaarde is een organisatie die weet wat goed gaat, waar risico’s liggen en welke verbeteringen nodig zijn.

ISO 9001:2026 hoofdstuk 4: Context van de organisatie

Hoofdstuk 4 gaat over de context van de organisatie. Iedere organisatie heeft te maken met ontwikkelingen die invloed kunnen hebben op de kwaliteit van de dienstverlening. Voor een zorgaanbieder kan het bijvoorbeeld gaan om veranderingen in wetgeving, ontwikkelingen bij gemeenten of zorgkantoren, personeelstekorten, digitalisering of veranderingen binnen de eigen organisatie.

Dit was ook al onderdeel van ISO 9001:2015. In ISO 9001:2026 is op een aantal punten duidelijker gemaakt waar organisaties bij het bepalen van hun context rekening mee moeten houden. Zo worden bij de externe context nu ook politieke ontwikkelingen en milieuomstandigheden genoemd. Bij de interne context wordt nadrukkelijker gekeken naar de strategische richting van de organisatie en de beschikbare middelen.

De bedoeling is dat een organisatie regelmatig kijkt of de context nog actueel is. Een contextanalyse die enkele jaren geleden is opgesteld en daarna niet meer is bekeken, past daar niet bij. Ontwikkelingen kunnen immers gevolgen hebben voor de manier waarop de organisatie werkt en voor de keuzes die binnen het kwaliteitsmanagementsysteem worden gemaakt.

Klimaatverandering

Klimaatverandering heeft in hoofdstuk 4 een expliciete plaats gekregen. De organisatie moet beoordelen of klimaatverandering een relevant onderwerp is voor het kwaliteitsmanagementsysteem.

Voor een zorgaanbieder hoeft dit geen uitgebreid klimaatbeleid op te leveren. Het gaat erom dat wordt bekeken of klimaatverandering invloed kan hebben op de organisatie of de zorgverlening. Denk bijvoorbeeld aan de gevolgen van langdurige hitte voor cliënten of aan situaties waarin de continuïteit van de dienstverlening wordt geraakt.

Deze eis verscheen overigens al in het wijzigingsblad uit 2024 bij ISO 9001:2015 en is nu opgenomen in ISO 9001:2026.

Belanghebbenden

Ook de eisen rondom belanghebbenden zijn aangepast. In ISO 9001:2015 moest een organisatie bepalen welke belanghebbenden relevant zijn voor het kwaliteitsmanagementsysteem en welke eisen van deze belanghebbenden relevant zijn.

ISO 9001:2026 vraagt daarnaast dat de organisatie bepaalt welke van deze eisen binnen het kwaliteitsmanagementsysteem worden geadresseerd.

Voor zorgaanbieders betekent dit dat een overzicht met belanghebbenden alleen niet voldoende is. Er moet worden gekeken welke eisen daadwerkelijk van belang zijn voor de organisatie en wat hiermee wordt gedaan. Een gemeente kan bijvoorbeeld voorwaarden stellen aan de uitvoering van de ondersteuning. Ook cliënten, medewerkers, toezichthouders of andere partijen kunnen eisen hebben die een plaats krijgen binnen het kwaliteitsmanagementsysteem.

Het is dus niet nodig om iedere wens van iedere belanghebbende in het kwaliteitsmanagementsysteem op te nemen. De organisatie maakt zelf de afweging welke eisen relevant zijn en welke daarvan binnen het kwaliteitsmanagementsysteem worden opgepakt.

Toepassingsgebied en processen

Bij het toepassingsgebied van het kwaliteitsmanagementsysteem verandert inhoudelijk weinig. De organisatie moet duidelijk hebben op welke activiteiten en diensten het kwaliteitsmanagementsysteem betrekking heeft. Als een eis uit ISO 9001 niet van toepassing is, moet de organisatie dit kunnen motiveren. Het toepassingsgebied moet worden vastgelegd.

Ook de eisen aan de processen van het kwaliteitsmanagementsysteem zijn grotendeels herkenbaar gebleven. Een organisatie moet weten welke processen nodig zijn en hoe deze processen met elkaar samenhangen. Daarbij blijft aandacht nodig voor de uitvoering van processen, verantwoordelijkheden, beschikbare middelen en het beoordelen en verbeteren van processen.