ISO 9001:2026 hoofdstuk 5: Leiderschap

Het belangrijkste resultaat is niet het certificaat aan de muur. De echte meerwaarde is een organisatie die weet wat goed gaat, waar risico’s liggen en welke verbeteringen nodig zijn.

ISO 9001:2026 hoofdstuk 5: Leiderschap

Hoofdstuk 5 van ISO 9001 gaat over leiderschap. De directie of bestuurder (het topmanagement) heeft een belangrijke rol bij het kwaliteitsmanagementsysteem. Kwaliteit moet onderdeel zijn van de manier waarop de organisatie wordt aangestuurd en van de keuzes die binnen de organisatie worden gemaakt.

Veel van de eisen uit ISO 9001:2015 zijn teruggekomen in ISO 9001:2026. De nieuwe norm legt daarbij nadrukkelijker de verbinding met het gedrag binnen de organisatie. Kwaliteitscultuur en ethisch gedrag hebben een expliciete plaats gekregen in de eisen aan het leiderschap.

Kwaliteitscultuur

Een belangrijke verandering in hoofdstuk 5 is de aandacht voor kwaliteitscultuur. Het topmanagement moet een kwaliteitscultuur binnen de organisatie bevorderen.

Kwaliteitscultuur gaat over de manier waarop binnen een organisatie dagelijks met kwaliteit wordt omgegaan. Medewerkers moeten ervaren dat kwaliteit belangrijk is en ruimte krijgen om hieraan bij te dragen. De norm koppelt kwaliteitscultuur aan gedeelde waarden, houding, werkwijzen en het handelen binnen de organisatie.

Voor een zorgaanbieder zie je dit bijvoorbeeld terug in de manier waarop medewerkers omgaan met fouten en verbeterpunten. Wanneer een medewerker merkt dat iets in de begeleiding niet goed loopt, moet er ruimte zijn om dit te bespreken. De reactie van een leidinggevende heeft vervolgens invloed op de kwaliteitscultuur.

Het topmanagement heeft hierin een belangrijke voorbeeldfunctie. De toelichting bij de norm benadrukt dat zichtbare betrokkenheid laat zien hoeveel waarde een organisatie aan kwaliteit hecht.

Ethisch gedrag

Ethisch gedrag is nieuw als expliciet onderdeel van de eisen aan leiderschap. Het topmanagement moet ethisch gedrag binnen de organisatie bevorderen. 

Voor zorgorganisaties is dit een herkenbaar onderwerp. Medewerkers komen regelmatig in situaties waarin regels alleen niet voldoende antwoord geven. Er moet dan een professionele afweging worden gemaakt over wat verantwoord is voor een cliënt.

Ook de directie maakt dergelijke afwegingen. Denk aan keuzes waarbij kwaliteit van zorg, financiële mogelijkheden of belangen van verschillende betrokkenen een rol spelen. Van belang is dat binnen de organisatie duidelijk is welk gedrag wordt verwacht en dat medewerkers dilemma’s kunnen bespreken.

ISO 9001:2026 legt hiermee nadrukkelijker een relatie tussen kwaliteit en de manier waarop mensen binnen een organisatie handelen. In de toelichting wordt aangegeven dat ethisch gedrag van invloed kan zijn op besluitvorming, acties en onderlinge interacties. 

Leiderschap in de praktijk

Ook in ISO 9001:2026 blijft het topmanagement verantwoordelijk voor de werking van het kwaliteitsmanagementsysteem. De directie moet betrokken zijn en ervoor zorgen dat kwaliteit aansluit bij de dagelijkse aansturing van de organisatie.

De nieuwe norm benoemt daarnaast explicieter dat het topmanagement de procesbenadering moet bevorderen. Ook risicogebaseerd en kansgebaseerd denken moeten vanuit het leiderschap worden gestimuleerd. 

Voor een kleinere zorgaanbieder hoeft dit niet ingewikkeld te worden gemaakt. Een bestuurder kan dit bijvoorbeeld laten zien tijdens werkoverleggen, bij het bespreken van incidenten of bij beslissingen over de ontwikkeling van de organisatie. Het gaat erom dat kwaliteit zichtbaar onderdeel is van de aansturing.

Het kwaliteitsbeleid

In ISO 9001:2026 moet het kwaliteitsbeleid aansluiten bij de context van de organisatie en de richting waarin de organisatie zich wil ontwikkelen. Dat betekent dat het kwaliteitsbeleid moet passen bij wat er daadwerkelijk binnen en rondom de organisatie speelt.

Heeft een zorgaanbieder bijvoorbeeld te maken met groei, een veranderende doelgroep of ontwikkelingen in de zorginkoop? Dan kijk je of deze ontwikkelingen gevolgen hebben voor het kwaliteitsbeleid. Het beleid moet aansluiten bij de keuzes die de organisatie maakt.

Ook is het belangrijk dat medewerkers weten wat het kwaliteitsbeleid voor hun eigen werk betekent. Alleen het kwaliteitsbeleid beschikbaar stellen is daarvoor onvoldoende. Bespreek bijvoorbeeld tijdens een werkoverleg hoe de uitgangspunten uit het beleid terugkomen in de dagelijkse zorg en ondersteuning.