Wet zorg en dwang

Vrijwillige zorg als uitgangspunt

De Wet zorg en dwang (Wzd) gaat uit van een helder principe: zorg is in de basis vrijwillig. Alleen wanneer vrijwillige zorg niet voldoende is om ernstig nadeel voor een cliënt te voorkomen, kan onvrijwillige zorg worden ingezet. Ernstig nadeel kan verwijzen naar lichamelijke of psychische schade, verwaarlozing, gevaar voor anderen of risico op schade aan goederen. Voor zorgaanbieders betekent dit dat zij steeds zorgvuldig moeten afwegen wat écht noodzakelijk is en of er minder ingrijpende oplossingen mogelijk zijn.

Wat verstaan we onder onvrijwillige zorg?

Onvrijwillige zorg is elke vorm van zorg waarbij de cliënt zich verzet of geen toestemming geeft. Dit kan bijvoorbeeld gaan om het toedienen van medicatie, het beperken van bewegingsvrijheid, toezicht of insluiting, of het uitvoeren van een medische handeling ondanks verzet. Omdat deze maatregelen diep ingrijpen in de vrijheid en het dagelijks leven van de cliënt, verlangt de Wzd een zorgvuldig en goed onderbouwd besluitvormingsproces.

Het besluitvormingsproces: rollen en verantwoordelijkheden

Het proces start met een gesprek tussen de zorgverantwoordelijke, de cliënt en diens vertegenwoordiger. Samen verkennen zij de risico’s, de hulpvraag en mogelijke alternatieven. De zorgverantwoordelijke heeft hierin een centrale rol: hij of zij coördineert het proces, bewaakt de stappen en zorgt dat de afwegingen zorgvuldig worden vastgelegd.

Bij het zetten van stappen richting onvrijwillige zorg worden meerdere functionarissen betrokken. De Wzd-functionaris – een onafhankelijke deskundige binnen of verbonden aan de organisatie – beoordeelt of de voorgestelde onvrijwillige zorg voldoet aan de wettelijke eisen van noodzakelijkheid, proportionaliteit en subsidiariteit. Daarnaast kunnen een gedragswetenschapper, arts of andere deskundige meedenken over oorzaken, alternatieven en passende interventies. Dit multidisciplinaire proces zorgt ervoor dat iedere maatregel zorgvuldig wordt overwogen en vanuit verschillende perspectieven wordt bekeken.

Wanneer het gaat om opname tegen de wil van de cliënt, is een rechterlijke machtiging vereist. Deze wordt aangevraagd via het CIZ, zodat ook juridisch wordt getoetst of opname noodzakelijk en gerechtvaardigd is. Tijdens het hele proces heeft de cliënt recht op ondersteuning van een onafhankelijke cliëntenvertrouwenspersoon.

Voor wie geldt de Wzd?

De Wzd geldt voor mensen met een verstandelijke beperking en voor mensen met een psychogeriatrische aandoening, zoals dementie. De wet is van toepassing in alle situaties waarin zij zorg ontvangen: in instellingen, kleinschalige woonvormen, bij dagbesteding, ambulante begeleiding en in de thuissituatie. Zodra er sprake kan zijn van onvrijwillige zorg, is de Wzd direct van toepassing – ongeacht de zorgsetting.

Actualisaties: minder stappen, meer maatwerk

In 2024 en 2025 zijn landelijke bestuurlijke afspraken gemaakt om de uitvoering van de Wzd beter te laten aansluiten bij de dagelijkse praktijk. Het oorspronkelijke stappenplan is vervangen door een meer flexibel, cyclisch proces. De focus ligt op maatwerk, professionaliteit en dialoog. Evaluatiemomenten worden in overleg bepaald, met een richtlijn van maximaal zes maanden. Cliënten en vertegenwoordigers krijgen een actievere rol en kunnen zelf aangeven wanneer zij opnieuw in gesprek willen over mogelijke onvrijwillige zorg. Ook wordt het belang van een cliëntenvertrouwenspersoon en het recht op een second opinion extra benadrukt.

Toekomstige ontwikkelingen

Er loopt een formeel traject voor een wetswijziging van de Wzd. Deze wijziging is gericht op minder administratieve lasten en meer werkbaarheid voor professionals. De wet is op dit moment nog niet aangepast; tot die tijd werken zorgaanbieders volgens de huidige wettekst, aangevuld met de recente bestuurlijke afspraken die de uitvoering vereenvoudigen en cliëntgerichter maken. Samen helpen deze kaders om onvrijwillige zorg zo verantwoord, zorgvuldig en mensgericht mogelijk toe te passen.

Scholing Wet Zorg en Dwang

Bureau Lagro biedt een basischoling aan waarmee zorgprofessionals hun kennis van de Wet zorg en dwang vergroten en zich bewust worden van de toepassing ervan in de dagelijkse praktijk.